Informatie over de Torenvalk

Wetenschappelijke naam:                    
Falco tinnunculus

Behoort tot de Vogelfamilie
Roofvogelachtigen, Valken
Komt voor in
Europa, Azië en Afrika 
              

                                             

Uiterlijk
De rug van de torenvalk is roodbruin van kleur en bedekt met een donkere tekening. Het mannetje is van het vrouwtje te onderscheiden door de grijze kop en de grijze staart. Op de staart van het vrouwtje bevinden zich donkere dwarsbanden, maar de staart van beide geslachten is voorzien van een zwarte eindband.

Fysieke maten:
spanwijdte min.: 68 cm
spanwijdte max.: 78 cm
grootte min.: 31 cm
grootte max.: 37 cm

Broedgegevens:

nestduur min. : 27 dagen
nestduur max.: 32 dagen
legsels: 1
eieren min.:  2
eieren max.: 7


De torenvalk

De torenvalk jaagt boven het open veld, speurend naar muizen. Met snelle vleugelslagen vliegt hij tegen de wind in, zodat hij stilstaat in de lucht. Deze bijzondere techniek, het bidden, kost veel energie. De torenvalk jaagt daarom graag op plaatsen waar hij door een opwaartse wind wordt ondersteund, bijvoorbeeld langs dijken.

In het landschap moeten enkele hoge bomen of uitkijkpunten aanwezig zijn waar ze ook in kunnen broeden. Maakt zelf geen nest, maar broed in nestkasten, oude nesten van kraaien en in of op gebouwen.
De hofmakerij is in maart of begin april en bestaat uit een luchtshow, waarbij het mannetje boven het vrouwtje, dat op een tak zit, rondcirkelt.

Het wijfje broedt hoofdzakelijk, terwijl het mannetje haar eten brengt. Als de eieren uitgekomen zijn, houdt het wijfje de jongen warm, terwijl het mannetje doorgaat met voedsel brengen. 
Na 4 tot 5 weken kunnen de jongen vliegen. Ze worden dan nog een tijd lang gevoerd. Als ze uiteindelijk uitvliegen ligt het nest vol braakballen van de jonge vogels.

Wegbermen, akkerranden, dijkbegroeiingen zijn de plekken bij uitstek waar torenvalken zoeken naar hun favoriete prooi.

Hij speurt al biddend de grond af, meestal zoekt hij niet naar de muis zelf maar naar het urinespoor. Torenvalken kunnen namelijk ultraviolette kleuren zien, die in urine zitten. Zo kunnen ze zelfs de best verstopte muis vinden.

Als een torenvalk een prooidier ziet, laat hij zich vallen. Dat gaat vaak trapsgewijs; dichter bij de grond bidt de valk dan opnieuw, tot hij zijn kans schoon ziet. Tenslotte stort hij zich op zijn prooi. Een goede remtechniek is daarbij belangrijk.

De meeste valken vangen hun prooi in de lucht. Alleen de torenvalk pakt zijn slachtoffer op de grond: zijn voedsel bestaat dan ook voor meer dan 80% uit veldmuizen. Wanneer daar een tekort aan is, eet de torenvalk ook wel andere (woel)muizensoorten, andere vogels en grote insecten zoals mestkevers en sprinkhanen. Ze hebben ongeveer 4-8 muizen per dag nodig. Torenvalken bergen een gevangen prooi dan ook wel eens op, voor moeilijkere tijden.

De Torenvalk is een gedeeltelijke trekvogel. De ondersoort (er zijn er elf) die in Nederland broedt is voornamelijk standvogel, echter de meer noordelijke en oostelijke populaties van deze soort is trekvogel. De westelijke en zuidelijke populaties zijn standvogel of verspreiden zich na het broedseizoen. De centraal Europese vogels zijn gedeeltelijk migrant. De trekkers steken in grote aantallen over naar Afrika, vooral naar Angola en Zimbabwe. De juvenielen verspreiden zich na het broedseizoen in alle populaties, ook die in Nederland. Is in Nederland het hele jaar te zien, doortrekker in kleine aantallen en wintergast in grote aantallen.


                                                     


Info:
* http://www.natuurinformatie.nl/asp/page.asp?alias=nnm.dossiers&id=i000127&view=natuurdatabase.nl
* http://www.ecomare.nl/nl/ecomare-encyclopedie/organismen/dieren/vogels/roofvogels/valken/torenvalk
* http://www.beesies.nl/animals/torenvalk.htm


Plaatjes:
* http://www.sioc.cat/fitxa.php?sci=0&sp=faltin
* http://www.ebirds.ru/bird/69.htm